Toekomstcompetenties

Als visionair kan ik me goed vinden in de blog van Fons Leroy, gedelegeerd bestuurder bij VDAB. Naar aanleiding van m’n beroepsverkennende stage heb ik een beter beeld gekregen over de werking van VDAB,  deze stage heeft jammer genoeg niet tot een betalende functie mogen leiden. In z’n blog geeft hij een opsomming van een aantal ‘competenties van de toekomst’.


1. Zingevingscompetenties


Het belang van waarden als drijfveer voor handelen zal toenemen en bedrijven zullen hun MVO-beleid concreet in beeld (moeten) brengen. De nieuwe medewerkers willen hun talent inzetten als het bijdraagt tot een betere wereld met meer verbondenheid, solidariteit,… Netwerken zullen samenhangen via gelijklopende waarden … Dus is zingeving een bindmiddel voor toekomstige organisaties en hun medewerkers in een netwerkte samenleving en economie.


2. Connecterende competenties


De belangrijkste maatschappelijke uitdagingen, zoals ecologie, armoedebestrijding en mondiale ontwikkelingen (wat vaag), vergen een overkoepelende totaalaanpak. Dat kan pas, als mensen met diverse kennis en kunde met elkaar verbinding zoeken én vinden. De sociale media vormen daarbij een belangrijk middel. Maar ook op het niveau van de individuele (professionele) relaties gaat het méér om storytelling, twee-richtingscommunicatie, directe en verbindende interacties. Communicatie en connectiviteit gaan dus hand in hand.


3. Zorgzaamheid


De risicomaatschappij is een bekend begrip. Ulrich Beck, de Duitse socioloog, beschrijft hoe de samenleving geconfronteerd wordt met grootschalige risico’s die voortspruiten uit zelf op gang gezette processen en ontwikkelingen. Hij refereert o.m. naar de klimaatveranderingen, terrorisme, armoede, natuurrampen, … De recente geschiedenis toont het toenemend risicokarakter van onze samenleving aan. We moeten de ecologische, financiële, economische en menselijke risico’s dan ook tot een minimum herleiden en optimaal beheren. Dat wordt een opdracht voor elke medewerker. Iedereen hoort mee te zorgen voor een gezond klimaat, respect voor de privacy en risicobeheersing op zijn domein.


4. Spaarzaamheid


De medewerker van morgen zal groene competenties moeten bezitten ongeacht zijn functie. Spaarzaam omgaan met grondstoffen van welke natuur ook zal een basisvaardigheid moeten zijn om deze wereld leefbaar te houden. Een C2C- aanpak waarbij geen afval of verkwisting wordt georganiseerd is het fundament van de economie van de toekomst. Dit geldt ook voor de menselijke grondstoffen.


5. Wendbaarheid


De medewerker van morgen zal wendbaar, beweeglijk moeten zijn om gepast op de snelle veranderingen in te spelen. Flexibiliteit, creativiteit en innovatievermogen zijn noodzakelijke deelcompetenties om elke verandering als een kans en niet als een bedreiging te zien.


6. Kritische ingesteldheid


Liefst kan iedereen met een volledig zicht op de context uitdagingen aanpakken en problemen oplossen. Daarvoor heeft de medewerker een sterk denkvermogen nodig. Hij moet kritisch ingesteld zijn, zodat hij onder meer afstand kan nemen van bestaande denk- en actieschema’s, nieuwe verbanden weet te leggen, bewust kan omgaan met kennishiaten en verworven inzichten durft te toetsen.


7. Zelfontwikkeling


Vele van deze competenties veronderstellen dat de medewerker zelf voortdurend blijft investeren in zijn ontwikkeling. Lang leuk leren en die ‘lessen’ toepassen is een basiscompetentie. Het gaat om “empowerment”. De medewerker moet de competenties om in de loopbaan goed te blijven leren van in het onderwijs meekrijgen. Moeten we in onderwijs en vorming nu al niet proactief deze competentie-ontwikkelingen integreren om morgen een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verzekeren?


A-02A-01